Opbouw van het cijfer

Eindscore

Voor elke oefening die een turnster doet op een toestel krijgt ze een cijfer van de jury.

Dit wordt ook wel de eindscore genoemd van dat toestel.

 

Dit is omdat deze eindscore weer is opgebouwd uit 3 andere scores:

  • De D-score met de D van Difficulty, moeilijkheid
    Dit cijfer geeft aan hoe moeilijk de oefening was (ten opzichte van de oefeningen van de tegenstanders)
  • De E-score met de E van Execution, uitvoering
    Dit cijfer loopt van 0 tot 10, net zoals de beoordeling op school
  • De Neutrale aftrekken, dit zijn aftrekken die gaan over de turnregels bij een wedstrijd.
    Deze kunnen heel ver oplopen maar proberen alle turnsters natuurlijk gewoon op 0 te houden!  

Eerst een simpel voorbeeld:

  • D-score is 3,00
  • E-score is 7,00
  • Neutrale aftrekken zijn 0

Eindscore = D-score E-score - neutrale aftrekken

Eindscore = 3,00 + 7,00 - 0

Eindscore = 10,00

 

Juryleden rekenen dus 3 scores uit als ze een oefening bekeken hebben.

Hieronder staat kort hoe ze dat doen, maar als je het zelf wil kunnen uitrekenen zijn er verdiepingsthema's!

 

D-score

Voor het uitrekenen van de D-score (moeilijkheid) kijken de juryleden naar welke elementen (turnkunstjes) een turnster heeft gedaan. Een handstand overslag is bijvoorbeeld moeilijker dan een handstand en meestal meer punten waard!

 

Handstand

 

 

Handstand overslag


 

De D-score wordt voor elk turnniveau anders beoordeeld. 

 

 

E-score

De E-score (netheid) wordt net zo uitgerekend als cijfers op school. Het hoogste cijfer is een 10,0 (als een turnster geen fouten maakt) en voor elk foutje gaan hier punten af. Voor een klein foutje is dit 0,1 en voor een hele grote fout (zoals een val) is dit 1,0. 

De E-score wordt voor elke leeftijd en elk niveau op dezelfde manier bepaald.

 

Neutrale aftrekken,

Dit zijn aftrekken die gaan over de turnregels bij een wedstrijd. Deze staan allemaal in het reglement vermeld (en juryleden zoeken ze ook vaak tijdens de wedstrijd nog even op). Voorbeelden hiervan zijn:

  • De turnster landt buiten de lijn op vloer
  • De oefening duurt te lang
  • De turnster vergeet zicht te presenteren aan het begin of aan het eind van de oefening

De neutrale aftrekken zijn ook voor elke leeftijd en elk niveau hetzelfde.

 

We gaan voor 2 wedstrijdvoorbeelden kijken naar de balkfinale op de Olympische spelen van 2016!

(dit zijn trouwens geen oefeningen die beginnende juryleden hoeven te jureren, maar de eindscore uitrekenen met behulp van de D-score, E-score en neutrale aftrekken kunnen we nu wel!)

 

We beginnen met de oefening van Sanne Wevers:

 

Sanne had de volgende scores:

  • Een D-score van 6,600 (dit was de hoogste D-score in de finale! Ze had dus de moeilijkste oefening)
  • Een E-score van 8,866 
  • Geen neutrale aftrekken

Haar eindscore is dus 6,600 + 8,866 - 0 15,466

(maar tijdens een wedstrijd hoeft de jury dit niet zelf uit te rekenen).

 

Nog 1 ander voorbeeld, Lauren Hernandez in diezelfde finale

Lauren had de volgende scores:

  • Een D-score van 6,400 (de oefening wordt dus als minder moeilijk gewaardeerd als die van Sanne)
  • Een E-score van 8,933 (dit is hoger dan de score van Sanne Wevers, de oefening was dus wel iets netter)
  • Geen neutrale aftrekken

Haar eindscore is dus 6,400 + 8,933 - 0 = 15,333

De E-score lag hoger, maar de D-score was lager en daardoor eindigt ze met haar eindscore net onder Sanne Wevers op plaats 2.

 

 

Eindopracht

We gaan proberen de eindscore uit te rekenen van Eythora Thorsdottir op vloer!

 

Eythora had de volgende punten:

  • Een D-score van 4,600
  • Een E-score van 8,366
  • Geen neutrale aftrekken

 

Wat is haar eindscore?

 

 

Einde van dit thema!

Ga als je meer wil weten over de deelcijfers naar: